Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 10 februari 2020

Direct Duidelijk

Afgelopen weekend heeft Gemeente Enschede, als een begin van de campagne #DirectDuidelijk, een #taalstrijd georganiseerd, waaraan ambtenaren, raadsleden en vele andere mensen uit de stad meededen. Het interessantste onderdeel was een herschrijfopdracht. Een nogal wollige mededeling over een toegewezen parkeerplaats moest DirectDuidelijk worden herschreven.

Een simpele opdracht, zou je zeggen. En waarom leidde dat onmiddellijk tot heftige discussies, uitgerekend onder de raadsleden? We moesten toch een team zijn, dat eenduidig met de ‘inwoner’ (ik zeg liever ‘burger’, maar dat is een onderwerp apart) communiceert?

Welnee, dacht ik. Wat hier gebeurt is democratie in werking. Binnen drie minuten werd het duidelijk dat er verschillen waren tussen de vertegenwoordigers van de politieke partijen. Ze hebben verschillende ideeën over hoe die inwoner eruitziet, wat zijn of haar belangen zijn, en hoe die het beste behartigd worden. Ze hebben zelfs strijdige opvattingen over de vraag: welke informatie, op welk moment, en in welke vorm de inwoners kunnen en moeten krijgen. Ze hebben uiteenlopende meningen over regels, de bevoegdheid om deze regels te buigen, en de manier waarop afwegingen gemaakt worden tussen verschillende regels, in het belang van een individueel persoon of van een groep mensen.

Mooi eigenlijk om te zien dat de Enschedeërs goed zijn vertegenwoordigd, want er zijn grofweg vier opvattingen mogelijk en die waren allemaal zichtbaar bij de heftig debatterende groep raadsleden.

Als we de gemeente als een ‘vader’ ziet en de inwoners als ‘kinderen’, dan denk je dat je precies weet hoe die mensen in elkaar zitten, je hoeft ze niets te vragen. Ze hoeven niet teveel te weten, want het is toch te ingewikkeld, te ver van hun dagelijks leven, alleen het resultaat is belangrijk.
Als je aan de macht bent, mag je de regels buigen, zonder dat te hoeven uitleggen, het doel heiligt de middelen.

Als je de gemeente als een soort ‘winkel’ voor dienstverlening ziet, dan zeg je: mevrouw krijgt wat ze wil, ze betaalt voor een dienst, de mededeling is dat de dienst geleverd is, punt. De inwoner zit niet te wachten op uitleg over de manier waarop een dienst mogelijk is gemaakt, het boeit hem/haar niet, zelfbelang voorop. De inwoner heeft geen boodschap aan regels, uitzonderingen en overwegingen, regel het gewoon!

Als je de gemeente als een soort ‘klachtenloket’ ziet waar mensen alleen voor hun problemen aankloppen, dan vind je dat de inwoner geen idee heeft hoe die regels in elkaar zitten. Het is toch allemaal heel erg ingewikkeld. De inwoner zit in een ellendige situatie, die ga je niet opzadelen met lange verhalen, zeg ze gewoon dat het goed komt. Bovendien vinden de inwoners alle regels vervelend, natuurlijk is een uitzondering op hun eigen situatie van belang en mogelijk!

Je kunt de gemeente ook zien als een ‘debatplein’, een plaats waar de belangen en behoeftes van iedereen voortdurend worden afgewogen tegen de belangen en behoeftes van anderen. Dan zorg je ervoor aan de inwoner te vragen, wat mensen denken, in plaats van dat zelf in te vullen. De inwoner zou dan zo vroeg mogelijk en zo volledig mogelijk alle informatie moeten krijgen die van belang is voor een besluit. Voor de inwoner is het ook belangrijk te weten, op welke gronden de regels aangepast zijn, die anders eigenlijk voor alle andere mensen ook gelden.

Dat vertaalt zijn natuurlijk in verschillende ideeën over het herschrijven van de tekst. Zo kan een groep beginnen met “Gefeliciteerd!” en een andere maakt zich zorgen over eventuele juridische maatregelen en legt in detail uit, waarom mevrouw een parkeerplaats krijgt, ondanks de GGD regels. Zo zegt de ene dat mevrouw alleen blij is met dat ene zinnetje over de toegewezen parkeerplaats en weer een ander (en de jury ook!), dat mevrouw toch wel wil weten, hoe dit besluit tot stand is gekomen.

Prachtig dat het ambtenarenteam de wedstrijd won. Puur taalkundig had die brief natuurlijk veel eenvoudiger en meer recht-toe-recht-aan gekund. Daar valt dus veel te winnen in taalgebruik.

Maar de beruchte kloof tussen de burger en de politiek wordt niet kleiner als we langs elkaar heen, over elkaar heen, en met heel verschillende beelden en verwachtingen van elkaar, in Jip en Janneke taal (mis-)communiceren.

Taal is politiek. Gemeenschappelijke taal kan alleen maar bestaan, als we bereid zijn te aanvaarden dat we de wereld met vele verschillende brillen zien. Als we die brillen afzetten, worden we eensgezind. En blind. Als we met elkaar alle beelden delen, dan wordt onze wereld kleurrijk, voor iedereen.