Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 7 september 2015

Bewonersparticipatie – Deel 3: Méér individualisering

Wij mensen zijn bij uitstek sociale wezens, maar de groei van welvaart en sociale zekerheid heeft onze samenleving anoniemer gemaakt. Een groeiend gevoel van onbehagen is het gevolg. Met regelmaat gaat de beschuldigende vinger naar de ‘individualisering’. In dit artikel, deel 3 in de blogserie over bewonersparticipatie, ga ik in op de oorzaken van dit gevoel van onbehagen en de reden waarom voor D66 de oplossing zit in juist méér individualisering.

De mens, de staat, de markt

Persoonlijke relaties waren vroeger dé basis van onze samenleving. Maar willekeur, machtsmisbruik en uitsluiting kwamen veel voor. Om hier tegenwicht aan te bieden, en onze globaliserende samenleving overzichtelijk te houden, hebben wij in de 20e eeuw de staat een belangrijke positie gegeven om regels, wetten en sociale zekerheid te organiseren. Maar deze (anonieme) bureaucratie heeft als keerzijde dat de menselijke maat of het menselijk verschil het onderspit kan delven. Als we de staat vragen om hier vervolgens een oplossing voor te bieden, zien we een opstapeling ontstaan van regels die uitzonderingen bedienen, om zo toch weer ‘maatwerk’ te kunnen bieden. Oftewel meer bureaucratie, en iedereen weet hoe dat kan voelen!

Kunnen we de boel dan niet wat efficiënter en op maat organiseren? Jawel, via de markt kun je in theorie bij uitstek objectief, via een onderling tot stand gekomen prijs, de samenleving efficiënt organiseren. Maar de markt is anoniem, in de prijs worden negatieve externe effecten vaak niet meegenomen en de markt is ondertussen zo complex dat het als consument vrijwel onmogelijk is om tot een goede keuze te komen tussen prijs en kwaliteit. De markt laat (teveel) ruimte voor sociale ongelijkheid, onrechtvaardigheid en morele vervaging. Ook hier is de menselijke maat soms moeilijk te vinden. De drie ‘ordeningsprincipes’ (relatie, staat en markt – zie de vorige blog in deze serie) hebben blijkbaar elk zo hun voordelen en nadelen.

Individualisering

Op zoek naar een oorzaak voor het verliezen van de menselijke maat, gaat een beschuldigende vinger vaak naar de individualisering. Dit wordt dan uitgelegd als weinig oog voor het belang van anderen of het hebben van minder sociale relaties, met sociale vervreemding tot gevolg. Maar wie de individualisering nader bestudeert, komt tot de conclusie dat wij niet minder sociaal zijn geworden. Het lidmaatschap van maatschappelijke organisaties en het percentage mensen dat vrijwilligerswerk doet zijn niet afgenomen. En ons geluk wordt voor een groot deel nog steeds bepaald door onze sociale contacten met familie, vrienden, collega’s en buren. De mens is onverminderd een sociaal wezen, en leeft niet alleen maar individueel.

Maar wat is deze individualisering dan wel? Een goede uitleg is te vinden in de ontzuiling. Immers, in het verzuilde Nederland van voor de jaren ’70 werden onze keuzes voornamelijk bepaald door de zuil waar wij toe behoorden. Die bepaalde op welke politieke partij werd gestemd, van welke sportvereniging je lid was, welke televisieprogramma’s thuis werden gekeken en aan welke maatschappelijke organisaties je je verbond. Met de ontzuiling in Nederland is er steeds meer ruimte ontstaan voor eigen keuzes hierin. Voor D66 staat individualisering dan ook voor de toegenomen vrijheid om zélf (als individu) te kiezen, bijvoorbeeld hoe en waar je maatschappelijk actief bent. En hoe en met wie je jezelf verder wilt ontwikkelen.

Het sociaal-liberale perspectief op participatie

D66 gelooft in de vrijheid dat alle mensen zelf, zonder druk van buitenaf, het beste kunnen bepalen waar en hoe zij maatschappelijk betrokken willen zijn en zich willen ontwikkelen. Soms met een steuntje in de rug, maar mensen bepalen zelf. Dit ontwikkelen en maatschappelijk betrokken zijn gebeurt echter nog steeds vooral in een sociale context, tussen familie, vrienden en je omgeving. Deze ‘vrijheid in verbondenheid’ is de basis van het sociaal-liberale gedachtengoed van D66.

Ride the wave

Een oplossing om tegemoet te komen aan het ‘maatschappelijk onbehagen’ van deze tijd is wellicht te vinden door de wisseling tussen deze ordeningsprincipes te zien als een golfbeweging. Het is een voortdurende zoektocht naar een goede balans tussen relaties, staat en markt. Zodra er één te dominant wordt, moet er ruimte zijn om diens tekortkomingen (bijv. kleinschalig, anoniem of onrechtvaardig) te compenseren met de voordelen van een andere (bijv. dichtbij, efficiënt of eerlijk).

De trend van dit moment, meer ruimte geven aan participatie, betekent dan een compensatie van de tekortkomingen van de staat en markt. De boodschap van D66 is daarom: geef actief ruimte voor méér individualisering (individuele keuzevrijheid) en initiatieven tussen mensen onderling (participatie). Want dit kan helpen om de menselijke maat in Nederland weer terug te vinden!

Tot zover dit vrij theoretische stuk, waarmee ik vooral de achtergrond heb geschetst hoe D66 tegen bewonersparticipatie aankijkt. In de volgende blog in deze serie ga ik in op de verantwoordelijkheid van de overheid om participatie te ondersteunen, en hoe zij dit dan zou kunnen doen.


Voor deze blog heb ik mij laten inspireren door het boek ‘Van opgelegde naar oprechte participatie’ van Corina Hendriks, een uitgave van de Hans van Mierlo-stichting.