Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 11 april 2008

Enschede en het vliegveld

Naarmate het jaar 2007 vorderde, nam de spanning rondom het vliegveld toe. Fractievoorzitter Evert Westerbeek vraagt zich af of er deze keer meer wijsheid wordt betracht. Zou het werkelijk gesloten worden als defensie zou vertrekken en geen exploitant gevonden was, zoals gedeputeerde Rietkerk en wethouder Helder hadden beloofd. In juli werd het duidelijk dat zij ondanks hun toezegging niet opgaven en een derde poging gingen wagen om hun droom te realiseren. De eerste droom was gebaseerd op het Rapport van de Kamer van Koophandel. Ondanks nooit weerlegde kritiek van wetenschappelijke zijde droomde de Raad in 2004 mee met zijn wethouder en stelde zich vierkant achter het plan een doorstart te maken met klein commercieel vliegen. Daarmee konden zij de buurgemeenten meekrijgen en de belofte doen de natuur op het vliegveld te versterken en het bouwen tot 20 ha (60 ha bruto) te beperken. Spoedig daarna kwam kritiek van onverdachte zijde. De kosten van het in stand houden van de infrastructuur –zeg maar brandweer en verkeersleiding- was veel groter dan gedacht, terwijl allerlei cashkrakers als Ryan Air wel graag wilden landen en weer wegvliegen, maar daar nauwelijks voor wilden betalen. Joop Amkreuz kwam met een beter doortimmerd rapport waarin hij stelde dat niet een half miljoen maar anderhalf miljoen passagiers nodig zijn om geen verlies te draaien en dat het vliegen gecombineerd moet worden met ‘bedrijventerrein exploitatie en met vastgoedontwikkeling’. Deze keer werd het probleem groter aangepakt: allerlei geïnteresseerden werden betrokken , consultants stelden een businesscase op en schreven een startnotitie ten behoeve van de Milieu Effect Rapportage (MER). Daarin bleek echter weinig waardering voor het groen. Het resultaat was zodanig pover dat de opstellers de laan uitgestuurd werden en een volstrekt nieuwe opzet voorgesteld werd. Het rijk had inmiddels ingezien dat er gesold was met het vliegveld waarvoor het steeds gedacht had een redelijke prijs te zullen ontvangen. Daarom wenste het met de nieuwe opzet mee te doen op voorwaarde dat er een sluitende businesscase zou komen met marktconform rendement. Het resultaat was de oprichting van de VTM, de ‘Vliegwiel Twente Maatschappij’, die een kwartiermakerfunctie voor het vliegveld gaat vervullen. Het Rijk brengt de grond en de gebouwen in, terwijl gemeente en provincie respectievelijk 20 en 10 miljoen euro storten. In deze derde poging wordt gemikt op een planperiode van drie jaar, ter voorbereiding van de MER en van de maatschappelijke baten en kosten analyse(mbka ). Verscheidene bureaus zetten hun dure planners en rekenaars in. Al die tijd moet het vliegveld open blijven. Als de loop eruit is, komt hij immers niet meer terug! Inmiddels was wel duidelijk geworden dat de eisen die volgens Amkreuz gesteld worden aan een renderend vliegveld, de genoemde bedrijventerreinexploitatie en vastgoedontwikkeling, niet samen gaan met versterking van de natuur. Daar werd een intrigerend voorstel opgevonden: de VTM zou twee voorstellen ontwikkelen gebaseerd op vliegen en twee die uitgaan van de veronderstelling dat er niet meer gevlogen gaat worden. Bij het berekenen van de businesscase wordt er geen rekening meer gehouden met de besluiten van de gemeenteraad. Dat betekent dat de groene organisaties ook niet bij de voorbereiding van de voorstellen met vliegen betrokken hoeven te worden. Daarentegen kunnen zij zich, samen met andere geïnteresseerden, uitleven in de voorstellen zonder startbanen. Uiteraard samen met hen die op het vliegveld een kenniscentrum of zorgpark willen vestigen, een bungalowpark, een pretcentrum of gewoon woonwijken en bedrijfsterreinen. Wat er echter gekozen wordt, het moet veel geld opbrengen om bovengenoemde kosten te dekken. Het nieuwe voorstel voor gebiedsontwikkeling betreft niet alleen de ruim vierhonderd hectaren van het vliegveld, maar ook de 4000 ha grote omgeving. Die omgeving bestaat voor een groot deel uit landgoederen en aan de zuidkant van het vliegveld uit historisch agrarisch gebied; het bekende kleinschalige landschap. Het vervult een belangrijke rol bij de natuurbeleving van de burgers van de drie omliggende steden en bij de huishouding van het water dat van de Lonnekerberg afstroomt naar de beken die uiteindelijk in de Regge uitkomen. Dit kostbare en goed bewaarde gebied ligt grotendeels in de Ecologische Hoofdstructuur. De uitdrukkelijke koppeling van vliegveld en omgeving steunde de verwachting dat er bij de invulling van het vliegveld geen schade zou worden toegebracht aan de omgeving en dat zijn waarden zelfs versterkt zouden worden zoals het besluit van 2004 stelde. Onlangs werd in een besloten bijeenkomst door VTM een werkdocument uitgebracht in de vorm van vier modellen, twee van een vliegveld zonder luchtvaart en twee met luchtvaart, ontworpen door het bureau De Zwarte Hond. – In model 1, genaamd Twente Eco Park, is de nadruk gelegd op natuur, extensieve recreatie en andere functies die het moeten hebben van een groene omgeving. Daartoe behoort ook een crematorium.Verder treffen we er ook veehouderij aan. – In Model 2, Twente Resort Park, wordt ook veel ruimte gemaakt voor natuur, maar daarnaast zijn er enkele belangrijke thema’s aan toegevoegd zoals een hippisch centrum en een bovenregionaal park van gezondheidsklinieken, ‘care ’n cure’. Zoals gezegd, ontbreekt het vliegen. – In model 3 blijft de landingsbaan in gebruik, zij het op beperkte schaal. Er komen geen lijnvluchten of charters, maar wel zakenvliegtuigen, vluchtscholen en luchtgerelateerde programma’s. Het wordt een chique gedoe, want eigenaren kunnen villa’s nabij de startbaan bouwen. Degenen die het kalmer aan willen doen, kunnen een mooi plaatsje voor hun villa vinden aan de omtrek van een uitgebreid golfveld. Ook paardrijders kunnen hun paard nabij het huis onderbrengen. – In model 4 wordt plankgas gegaan voor vliegen. Er wordt uitgegaan van 4 miljoen passagiers per jaar. Toch wordt ook hier danig rekening gehouden met de natuur, wellicht meer nog dan in de voorgaande modellen, door het gebied ten ZO van de landingsbaan een natuurbestemming te geven. Een compacte luchthaven wordt gebouwd ten noorden ervan, inclusief een uitgebreid parkeerterrein. Wat het meest opvalt, is het ontbreken van bedrijventerreinen als economische dragers. De kritiek dat nieuwe bedrijventerreinen slechts leiden tot verschuiving bedrijven in de streek is dus aangekomen. Om toch aan de financiële eisen te voldoen, wordt er veel gebouwd in diverse plannen. Zo vinden we in het ‘groene’ model 1 een duizendtal(!) vakantiewoningen, een aantal dat we ook in model 2 terugvinden. De modellen 1 en 2 ontlopen elkaar daarom niet veel. Zorgvuldige analyse van het terrein zal wel leiden tot onderlinge verwisseling van verscheidene elementen om beter tot hun recht te komen en/of minder schade aan de natuur toe te brengen. Wellicht het meest opmerkelijk is model 4. Nadrukkelijk wordt gesteld dat het vliegen (inclusief horeca en parkeren) hier het geld moet opleveren. Daarom wordt bij het rekenen uitgegaan van 4 miljoen passagiers. Dit lijkt zo onwerkelijk dat de gedachten onwillekeurig uitgaan naar een model ten behoeve van een exit strategie. Tenslotte maakt de gemeente stilletjes van de gelegenheid gebruik om te laten weten dat ze met begerige ogen kijkt naar het gebied te noorden van Enschede, ter weerszijde van de Zuidkamp, om woningen te gaan bouwen. De gemeente geeft en de gemeente neemt!